Interviews Suzan Pas en Alma Tostmann over project Regionaal Typeringsnetwerk

17 november 2025

In de GAIN-regio werken ziekenhuizen, laboratoria en de GGD samen aan een innovatieve aanpak om resistente bacteriën vroegtijdig op te sporen. Dankzij Whole Genome Sequencing (WGS) kunnen mogelijke uitbraken sneller herkend én voorkomen worden. In gesprek met dr. Suzan Pas (links), medisch moleculair microbioloog bij Radboudumc, en dr. Alma Tostmann (rechts), epidemioloog en plv hoofd Infectiepreventie bij Radboudumc, wordt duidelijk hoe het Regionaal Typeringsnetwerk in de GAIN-regio is ontstaan, wat het oplevert en waarom Nederland hierin een unieke positie heeft.

Van idee tot netwerk

Het idee voor het Regionaal Typeringsnetwerk ontstond begin 2023. “Eén van de doelen van GAIN is regionaal inzicht krijgen in het voorkomen en verspreiden van antibioticaresistentie,” vertelt Alma. “Whole Genome Sequencing is daar een krachtig middel voor. Het laat patronen zien die je anders niet opmerkt.”

Eén bacterie als startpunt

Binnen het netwerk is gekozen voor een gefocuste aanpak: één micro-organisme centraal. “We richten ons in eerste instantie op Klebsiella pneumoniae, een bacterie die resistentie kan ontwikkelen tegen belangrijke antibiotica,” legt Suzan uit. “Door op één bacteriesoort te focussen, willen we de meerwaarde van WGS aantonen en later uitbreiden naar andere bacteriën.”

De methode werkt als volgt: laboratoria kweken bacteriën uit patiëntmateriaal en onderzoeken of ze ongevoelig zijn voor antibiotica. Bij resistente stammen wordt vervolgens het volledige genoom in kaart gebracht met WGS. Zo kan genetisch worden vastgesteld of er sprake is van verwantschap tussen bacteriën uit verschillende ziekenhuizen en dus mogelijk van verspreiding.

Sneller en scherper inzicht

Normaal gesproken worden mogelijke uitbraken binnen één ziekenhuis opgemerkt via interne signaleringssystemen. “Maar zo mis je de regionale samenhang,” zegt Alma. “Het kan zijn dat in verschillende ziekenhuizen afzonderlijk maar één of twee patiënten voorkomen met dezelfde bacterie. Door genetische typering in de hele regio te combineren, zie je het patroon.”

Suzan vult aan: “Met WGS kun je sneller uitsluiten of iets echt een uitbraak is. Soms lijkt er op het eerste gezicht een sterke link te zijn tussen patiënten met dezelfde bacterie, maar genetisch blijken die bacteriën totaal verschillend, en dus niet gerelateerd. Dan hoef je dus geen onnodige maatregelen te nemen. Dat bespaart tijd, kosten en onrust.”

De onzichtbare winst van infectiepreventie

Het succes van het project is moeilijk te meten vertelt Alma. “Als je door vroeg ingrijpen een uitbraak voorkomt, merken mensen dit niet. Dat is de paradox van infectiepreventie: hoe beter je het doet, hoe minder zichtbaar het is.”

Toch is de meerwaarde groot. Door data regionaal te delen en snel te analyseren, kunnen ziekenhuizen en infectiepreventieteams gezamenlijk optreden bij dreigende verspreiding. Het netwerk fungeert zo als een waarschuwingssysteem voor de regio. Door dit project is de regionale samenwerking tussen de zorginstellingen sterker geworden, dat komt de pandemische paraatheid ten goede.

Klaar voor de volgende fase

Alle bacteriën die de afgelopen jaren zijn verzameld zijn inmiddels onderzocht, dat waren er zo’n 300. Daarmee is het netwerk goed opgestart en werkt de samenwerking tussen de laboratoria en ziekenhuizen zoals bedoeld.

Vanaf dit najaar kijken de onderzoekers niet meer alleen terug, maar juist vooruit: nieuwe bacteriën die nu worden gevonden, worden direct onderzocht. “Ons doel is dat we binnen een week kunnen zien of er een verband is tussen bacteriën uit verschillende ziekenhuizen,” legt Suzan uit. “Die informatie delen we direct in een beveiligde online-omgeving, zodat partners in de regio kunnen meekijken en we samen snel kunnen handelen als dat nodig is.”

Europese belangstelling

Het project wekt ook buiten Nederland interesse. “Nederland heeft internationaal een bijzondere positie,” vertelt Alma. “We hebben relatief lage resistentiecijfers, en goed georganiseerde zorgnetwerken. Daardoor kunnen we zulke regionale projecten opzetten.”

Het Regionaal Typeringsnetwerk werd al gepresenteerd op verschillende congressen, en binnenkort ook op een Europese bijeenkomst in Warschau. “Andere landen willen vooral weten hoe wij dit organisatorisch en technisch hebben geregeld,” zegt Suzan. “In landen met hoge resistentiecijfers, zoals Italië, is zo’n aanpak moeilijker uitvoerbaar. Maar juist daarom kijken ze met belangstelling mee.”

De volgende stap: kosten en baten

Een belangrijke vervolgvraag is de zogeheten health economics: wegen de kosten van WGS op tegen de baten? “Het is een dure techniek,” erkent Suzan. “Maar als je dankzij vroegtijdige detectie uitbraken voorkomt, kan dat juist veel kosten besparen. Dat willen we in de toekomst beter in kaart brengen.”

Samen sterker tegen resistentie

Het Regionaal Typeringsnetwerk laat zien hoe samenwerking en innovatie hand in hand kunnen gaan in de strijd tegen antimicrobiële resistentie. Door genetische data regionaal te delen, wordt onzichtbare verspreiding zichtbaar en kunnen zorginstellingen sneller en gerichter handelen.

De Regionale Zorgnetwerken AMR hebben daarnaast onderling goed contact en wisselen actief methoden en ervaringen uit. Zo gaf Suzan onlangs bij IP & AMR Zorgnetwerk Limburg een presentatie over de manier waarop het typeren wordt aangepakt in de GAIN-regio.

 

Betrokken organisaties bij dit project:

Radboudumc, Dicoon, CWZ, Rijnstate, Ziekenhuis Gelderse Vallei, Sint Maartenskliniek, Maasziekenhuis Pantein, Ziekenhuis Rivierenland, GGD Gelderland-Zuid en GGD Gelderland-Midden.

  • Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.

    Interview

Meer nieuws