In de langdurige zorg zijn schoonmaak en desinfectie cruciale onderdelen van goede infectiepreventie. Toch blijkt dat richtlijnen hierover in de praktijk vaak nog lastig te vertalen zijn naar beleid en het dagelijks werk. Met het project ‘Reiniging en desinfectie in de langdurige zorg’ willen deskundigen infectiepreventie uit verschillende ziekenhuizen in de GAIN-regio daar verandering in brengen.
We spraken met Kim Wullink en Caeleste Welling beiden deskundige infectiepreventie bij Ziekenhuis Rijnstate, over het doel van het project, de eerste resultaten en de plannen voor de toekomst.
Een praktisch beleidsstuk voor de hele langdurige zorg
“Het project richt zich op het bevorderen van goed reinigings- en desinfectiebeleid binnen de langdurige zorg,” vertelt Caeleste. “Dus in verpleeghuizen, woonzorgcentra, thuiszorg en de gehandicaptenzorg. De aanleiding was de komst van de nieuwe SRI-richtlijn. Een mooi moment om een praktisch beleidsstuk te ontwikkelen waar iedereen iets aan heeft: zorgorganisaties in de langdurige zorg en collega-deskundigen infectiepreventie.
Het doel is om niet alleen beleid op papier te zetten, maar vooral om organisaties te helpen het in de praktijk te brengen. Daarom wordt naast het beleidsstuk ook een plan van aanpak ontwikkeld: een stap-voor-stap gids waarmee organisaties zelf aan de slag kunnen.
Een brede samenwerking
Het project is een samenwerking tussen deskundigen infectiepreventie van verschillende ziekenhuizen in de GAIN-regio: Canisius Wilhelmina Ziekenhuis Nijmegen, Slingeland Ziekenhuis Doetinchem, Ziekenhuis Rijnstate Arnhem en Ziekenhuis Rivierenland Tiel.
De nulmeting: waar staan we nu?
De eerste stap in het project was een nulmeting bij vijf zorgorganisaties: vier verpleeghuisorganisaties en een organisatie in de gehandicaptenzorg. “We hebben met een checklist gekeken hoe het beleid en de uitvoering van reiniging en desinfectie er nu voor staan,” legt Kim uit. “Daaruit bleek dat er veel goed gaat, zoals de organisatie van schoonmaakkarren en de beschikbaarheid van de juiste middelen. Maar er is ook ruimte voor verbetering: vooral op het gebied van desinfectie, kwaliteitscontroles en inkoopbeleid. Dat maakt het waardevol om met gerichte interventies aan de slag te gaan.”
Meten is weten: van ATP-meter naar UV-stempel
Een belangrijk onderdeel van het project is het stimuleren van kwaliteitscontroles op reiniging en desinfectie. De SRI-richtlijn raadt aan om die zelf uit te voeren, maar dat gebeurt nog lang niet overal. “We hebben gekeken naar manieren waarop dat praktisch kan,” vertelt Kim. “Een ATP-meter is heel nauwkeurig, maar kostbaar en lastig in gebruik. Daarom hebben we ook gewerkt met UV-stempels: eenvoudige stempeltjes die zichtbaar worden onder een UV-lamp. Na het schoonmaken kun je direct zien of het oppervlak goed gereinigd is. Dat is goedkoop, praktisch en geeft direct inzicht.”
Volgens Caeleste is de UV-methode niet alleen effectief, maar ook heel toegankelijk. “Je ziet meteen het resultaat, en dat motiveert medewerkers enorm. Cijfers van een meting zeggen niet iedereen evenveel, maar een zichtbaar schoon oppervlak wel.”
Belangrijke inzichten
De nulmeting bracht ook andere inzichten aan het licht. “Er is vaak geen eenduidig beleid over wie waarvoor verantwoordelijk is,” vertelt Kim. “Denk aan vragen als: wie maakt de tillift schoon? Dat is niet altijd duidelijk. Met scholing en het nieuwe plan van aanpak willen we dat soort grijze gebieden helpen verduidelijken.”
Daarnaast blijkt samenwerking tussen afdelingen essentieel. “We hopen dat dit project de samenwerking tussen de facilitaire dienst en zorgafdelingen versterkt,” zegt Caeleste. “Vaak worden wij als deskundigen nog weinig betrokken door de facilitaire teams. Dit project laat zien dat we samen veel meer kunnen bereiken.”
handvatten om beleid te verbeteren en te borgen
Volgende stappen: interventies, scholing en een webinar
Na de nulmeting start de projectgroep met de interventiefase. Dat betekent: scholing voor facilitair medewerkers én zorgpersoneel, gesprekken met management over borging van kwaliteitscontroles en het ontwikkelen van praktische materialen zoals zakkaartjes en praatplaten. In het voorjaar van 2026 wordt een webinar georganiseerd waarbij het beleidsstuk en het plan van aanpak wordt toegelicht en gedeeld met zorgorganisaties. “Zo hopen we organisaties te inspireren om ook aan de slag te gaan.” vertelt Kim.
Een gezamenlijk doel
Uiteindelijk hopen Kim en Caeleste dat het beleidsstuk breed wordt gebruikt. “We willen dat zorgorganisaties handvatten hebben om hun beleid te verbeteren en te borgen,” zegt Kim. “En dat het onderwerp structureel op de agenda blijft staan. Minder verschillende middelen gebruiken, beter samenwerken en meer meten: dat bespaart niet alleen geld, maar draagt ook bij aan een veilige en hygiënische zorgomgeving.”
-
Meer weten over deze onderwerpen? Klik dan via onderstaande buttons door naar meer nieuws.





